Het is ’the month of may’ en dus is de autosport in de ban van de eeuwenoude Indy 500 race. ‘Worlds greatest spectacle of racing’ zo noemen ze het in Amerika. De gevaren zijn virtueel gelukkig minder, maar de competitie is misschien nog eens hoger. Eens in de zoveel tijd gebeurt er een sprookje tijdens het al legendarische evenement, ik mag het best zeggen. Dat was ditmaal ook het geval in de virtuele wereld.
One shot wonder
Al jaren kijk ik in de diepe nacht naar het evenement, wat inderdaad altijd een spektakel levert. Al besef je pas echt hoe knettergek de 33 coureurs zijn hun leven wagen om de eeuwige roem te bereiken als je op je zelf virtueel de uitdaging aangaat. Ik kocht de Dallara IR-18 op de woensdag, twee dagen voordat de kwalificatie tot einde kwam op zaterdag 1 uur s’nachts. Teamgenoten Chris van de Nesse en Manuel Sadau begonnen al vanaf eind maart met oefenen, dik anderhalve maand voor het evenement zelf. Er werd wel wat info doorgespeeld, maar grotendeels moest geheim blijven wegens het voorkomen van uitlekken. Niet alleen dat, Sadau had er op die woensdag al dik 75 uur aan voorbereiding op zitten. Van de Nesse besteedde er sommige dagen 10 uur aan. Vier bochten, vol gas, zoveel voorbereidingswerk. Daar kan je alleen maar respect voor hebben. Ik kocht de auto 3 dagen van te voren.
Gelukkig is de eerste Indy 500 op het programma een ‘besloten’ setup race, het enige wat je kan aanpassen is de anti rollbars en de weight jackers, toch kan een foute combinatie je vijf tienden kosten. Dat is veel het verschil van plek 100 naar 33 is 1.2 tienden van een seconde. Drie duizendsten van een seconde brengt je 30 posities naar boven. De Indianapolis 500 kwalificatie is proberen, oefenen, proberen en dan nog eens presteren, details doen er toe als nooit tevoren. De allerlaatste kans die ik kreeg was de allerlaatste kans die iedereen kreeg. zaterdagnacht om 1 uur. Ik had twee uur daar voor een trucje met de weight jackers gevonden wat mij het laatste zetje zou moeten geven. Niet voor een plek in de eerste split, misschien de tweede, maar ook dat is ambitieus. Althans dat dacht ik.
De laatste oefenrondjes daarvoor was ook al een persoonlijk record een gemiddelde ronde tijd van 38.759, dat zou goed zijn geweest voor plek 102 op de wereldranglijst. Er zat meer in en dat wist ik. Een kans om het beter te doen, plek 99 verzekerde mij van een derde split. De auto opwarmen, pitlane uit rollen en gaan. Zestien keer naar links. Zestien keer dezelfde knopjes draaien en weer terugzetten, zestien keer zo goed mogelijk vol gas door een linkerbocht. De eerste drie zijn goed, nu die laatste nog. Je vliegt met 380 kilometer per uur over ’the brickyard line’. Bam gemiddeld een 38.733!! De buren zijn wakker geworden, ik kon niet op van geluk. Mijn handen trillen nog steeds een minuut nadat ik de uitslag heb doorgekregen, uit het niets wordt mijn eerste indy 500 een wonderverhaal. Door puur doorzettingsvermogen, wilskracht en een hoop passie met misschien een stukje talent sta je tussen coureurs met jaren aan ervaring en veel meer voorbereiding dan jij. Dat zegt misschien genoeg, maar plek 67 van de 2200 met drie dagen voorbereiding zegt alles. Een one shot wonder type verhaal.
De race
Mijn allereerste race op de oval van indianapolis is de Indy 500 op werelds tweede niveau, tussen coureurs die al meerdere keren hebben gereden en precies weten wat ze moeten doen. Voor mij zijn de komende 800 bochten naar links een mysterie en dan heb ik het niet eens gehad over de uitdaging in vieze lucht. De indycar bolide verliest 50% van zijn downforce achter een andere auto.
Tijdens de eerste ronde pak ik een positie uit exit van bocht 4. “Yellow, yellow, caution!” Hoor ik mijn virtuele engineer zeggen. Een safety car, die zou er nog een paar keer meer komen. Ik sta dus op de 14de plek, na 15de gestart te zijn. Na een vijf rondes groen komt er nog een safety car. De keuze is er voor een pit stop, het zit redelijk op de grens, maar ik besluit buiten te blijven. Als de groene vlag weer valt sta ik op de achtste plek. Ik voel mijn banden slijten, maar ik kan nog goed mee terwijl ik op de hoogst mogelijke benzine map race. Dat zorgt er ook voor dat ik in de tweede ronde pit stop twee posities pak. Dat is het ritme van een Indy 500, ronde op ronde overleven, brandstof sparen en vooral niet te dicht bij die muur komen.
Een jawel, derde caution. En cautions broeden cautions zoals de Amerikanen zeggen. Dus de groene vlag valt en twee bochten later moet ik uitwijken, plek 3 en vier raken in elkaar verstrikt en eindigen in de muur. Caution. Ik vermijd nog maar even een stop in pitlane. Dat zorgt er wel voor dat ik uiteindelijk derde sta. De groene vlagt valt weer en na 17 rondes gaat ook de leider naar binnen, ik blijf buiten. Een ronde passeert en weer duikt de auto voor mij naar binnen. Ik kom over de meet als leider in de Indy 500, in mijn eerste Indy 500. Mijn lach kon niet groter, maar dat is het moment waarop mijn Indy 500 wel piekte.
Het is ronde 126 van de 200, 65% van de race gereden, competitief en overleefd. Het ging goed en ik stond op schema om mee te racen voor de top 7. Uitkomen bocht 4, bang! “Hoe dan?” riep ik vanuit mijn stoel, totaal verbaasd ontving ik net teveel onderstuur door de vieze lucht van een bolide voor mij en raak ik de muur iets te hard. Schade aan de zijkant van mijn vloer, daar verlies ik ongeveer 5 tienden per ronde mee op zijn beste door een hoop onderstuur uitkomende alle bochten. En zo zak ik eigenlijk kansloos langzaam terug achter naar het veld.
Frustrerend, maar het is niet anders. Ik finish de race in p19, dat is nog redelijk, maar er had meer in het vat gezeten. Desondanks blijft het een sprookjesverhaal, honderden, misschien duizenden uren ervaring minder, maar ik race toch tegen de ‘bijna’ besten van de wereld. En dat is waar ik voor deze Indy 500 thuis hoor, maar daar komt volgend jaar ongetwijfeld verandering in.